Theunis Wentink

U bevindt zich hier:  >>> Straten O - P  >>> Ordermolenweg 

Holbewoner in Apeldoorn, verhaal uit: Nieuwe Apeldoornsche Courant van 4 augustus 1955.

Onze geciviliseerde maatschappij kent nog steeds toestanden welke men niet voor mogelijk zou houden, doch waarmee men af en toe wordt geconfronteerd en waarvan men schrikt. Zelfs onder de rook van Apeldoorn. Nabij het Waterbronpark bovenaan de Waterloseweg woont namelijk een bejaarde stadgenoot, Theunis Wentink, in een hol, een onderkomen waarin een boer zijn vee nog niet zou durven herbergen.

Theunis Wentink is een eenzelvig man die men zijn vijfenzeventig jaren niet aanziet. Zijn rug is door de last der jaren iets gebogen, doch dagelijks verricht hij nog de nodige werkzaamheden in zijn moestuintje en voor zijn kleine kippenstapel. Met de steun van Drees (lees: AOW) vormt een en ander zijn schamele bron van inkomsten. ’s Nachts slaapt hij in een gat in de grond waar omheen hij een aantal stenen heeft gestapeld. Een woonruimte mocht hij zelfs veertig jaar geleden, toen hij zich in Apeldoorn vestigde, niet bouwen. Doch stapelen is geoorloofd en daarom heeft hij enige rijen stenen boven elkaar gevlijd, zonder specie. Een dakbedekking was ook spoedig vervaardigd en daarin brengt de eenzame man nu zijn levensjaren door. ’s Avonds legt hij zich ter ruste in de kuil van het hol, waarin zich slechts enkele vodden bevinden. Dan trekt hij een oude deken over zich heen en slaapt de slaap der rechtvaardigen, terwijl de kippen hem gezelschap houden …..

Leven was hard
Vóór de man zich definitief in Apeldoorn vestigde, nu zo’n veertig jaar geleden, heeft hij heel wat gezworven. Mijnarbeider was hij in Duitsland, landbouwer in Canada, los-arbeider in Amerika. Maar hij vertelt niet veel over die tijd. De herinneringen zijn vervaagd.
Wentink is in zichzelf gekeerd, weinig spraakzaam, iemand die niemand lastig valt, doch wel wantrouwend staat tegenover zijn medemens. Het leven is hard voor hem geweest en de mensen onbarmhartig. Het schijnt dat er meermalen in zijn hol is ingebroken en dat men hem van zijn spaarzame centen heeft beroofd. Zelfs heeft men al eens geprobeerd zijn schamel boeltje in de brand te steken.
Toen medelijdende mensen hem enige jaren geleden aan een stromatras wilden helpen omdat ze het erg vonden dat de oude man op de grond moest slapen, weigerde hij die matras met de verzuchting: “Dan steken ze de boel ermee in de brand.”

Ziek en alleen.
Enkele jaren voor de oorlog struikelde hij in zijn hol en een gebroken been was het gevolg. Doktershulp wilde hij echter niet hebben. Zelf zette hij zijn been zo goed en zo kwaad als het ging en hij wilde zelfs geen verzorging accepteren. Het mag een wonder genoemd worden dat hij weer herstelde.
Nog maar enkele jaren geleden werd hij ziek en omwonenden die hem geruime tijd niet hadden gezien, vonden hem met hoge koorts in zijn hol liggen. Zij riepen de hulp van een geneesheer in en die wilde de eenzame zwerver, die geheel verwaarloosd was, naar een ziekenhuis laten overbrengen. Doch Wentink weigerde. Ten slotte is hij genezen en kon hij zijn oude levenswijze weer oppakken.

Twee schrammen (=gecastreerde jonge varkens)
De Tweede Wereldoorlog was een harde tijd voor hem. Hij slaagde erin twee biggetjes te bemachtigen en op te kweken. Doch toen het schrammen waren geworden, kwam het noodlot in de vorm van een gewetenloze dief die tijdens een korte afwezigheid van de zwerver een der schrammen doodsloeg en meenam. Toen heeft de man het andere dier ook maar geslacht en geruime tijd van het vlees geleefd.
Nu houdt hij nog wat kippen en de eieren brengt hij naar een verzamelaar in Ugchelen. Vroeger verkocht hij ze bij zijn hol doch de laatste jaren laat hij niemand mee toe in de nabijheid van zijn onderkomen.
Er zijn wel eens pogingen aangewend om hem ergens onderdak te brengen en om de aan mensonterende toestand die hier heerst een eind te maken. Doch alle pogingen stuitten af op zijn onverzettelijke wil om alleen te blijven. Met de geringe inkomsten van zijn moestuintje, de verkoop van de eieren van zijn kippen en de steun van Drees (AOW) voelt hij zich rijk … en misschien wel gelukkig. En misschien is het voor deze Theunis Wentink zelf wel het beste dat hij blijft waar hij nu is.
(De burgerij zouden we op het hart willen drukken geen hinderlijke belangstelling aan de dag te leggen en de man in zijn eenzaamheid niet te storen.)


 

Het "hol"van Theunis. 

 

Terug Verder