Verhalen uit Orden

U bevindt zich hier:  >>> Verhalen uit Orden 

Russische vogeltjes van Herman Veldhoen.

 

 

Russische vogeltjes van Herman Veldhoen.





Al meer dan 70 jaar heeft Herman Veldhoen 2 Russische vogeltjes in zijn bezit gehad en lange tijd heeft hij gezocht naar de andere kinderen die zich zijn verhaal nog kunnen herinneren. Herman is inmiddels overleden en de vogeltjes zijn in bezit van zijn dochter. De wens van Herman was dat de vogeltjes t.z.t. naar Kleinzoon Tom zullen gaan omdat beiden een interesse in de 2e W.O. hadden.

In de zomer van 1943 hadden Herman en andere buurtkinderen af en toe stiekem contact met de Russische krijgsgevangenen die gelegerd waren bij de Willem III kazerne aan de Frankenlaan. De Russen moesten dwangarbeid verrichten voor de Duitse bezetter. Vanaf de bovenste verdieping van het kazernegebouw brachten de krijgsgevangenen de ontmoeting tot stand en konden zij via een brandtrap naar beneden afdalen om brood en ander etenswaar in ontvangst te nemen. Het moest van beide kanten snel gebeuren om niet betrapt te worden. Overdag moesten de mannen werken in het Orderbos maar ’s avonds waren ze vrij. Kennelijk waardeerden de dwangarbeiders de hulp van de Ordense jongens en verrasten zij de knapen met een handgesneden vogeltje.

Herman woonde destijds aan de Brouwersmolenweg, niet ver van de Veenweg ( dit stuk heet nu ook Veenweg), en trok op gezette tijden via deze weg en een stuk bouwland naar de kazerne. Hij vroeg zijn moeder dan om brood, die het haar jongen niet weigerde. Waarschijnlijk met in het achterhoofd de gedachte aan haar man die als dwangarbeider naar Duitsland was afgevoerd. Gelukkig is deze later weer veilig thuis gekomen.

De Russen waren op een gegeven moment weer vertrokken en Herman heeft de vogeltjes altijd als kostbare relikwieën bewaard. Het zou geweldig zijn als één van de andere knapen van destijds dit leest en herkent……..

Bron: maandblad Vereniging oud Apeldoorn nr.2 2012. Schrijver Peter Otterloo. (met enige aanpassingen red.)

 

 

Willem III Kazerne

 

Mijn heerlijke jeugd die ik doorbracht aan de Orderparkweg nr. 10. Johan Rappoldt

 

Toen mijn vader, die beroepsmilitair was bij de Kon. Marine, gepensioneerd raakte, zijn wij verhuisd vanuit Den Helder naar Apeldoorn, dit was in 1951, ik was toen vier jaar en een nakomertje.

Mijn oudste broer George, die zeventien jaar ouder was dan ik, werkte ook bij de marine en is inmiddels overleden, mijn middelste broer Luit was weer acht jaar ouder dan ik en woonde nog thuis, maar ook hij is inmiddels overleden, de één in januari 2012 (George), en de ander (Luit) in december 2012. George was bevriend met zijn en mijn neef Jan Gelling, zij komen ook nog voor in het boek “De jongens van Orden”. (Gelling was de achternaam van mijn moeder)

Mijn opa en oma van moeders kant woonden in Ugchelen aan de G.P. Duuringlaan, mijn opa was daar veldwachter en had een grote snor met de uiteinden in een punt gedraaid, ik heb dit van de diverse foto’s, toen wij in Apeldoorn kwamen wonen was hij inmiddels overleden.

Na mijn opa’s overlijden moesten zij het huis in Ugchelen verlaten voor mijn opa’s opvolger, mijn oma verhuisde toen naar een groot huis op de hoek van de Gardenierslaan en de Soerenseweg, alwaar zij een paar kamers huurde. Aan de woonkamer zat een prachtig mooie serre waar mijn moeder en ik regelmatig zaten om met oma een kopje thee te drinken. Ik kom er nog regelmatig langs als ik met de hond een ommetje maak. Ik heb er nog steeds warme gevoelens bij als ik er langs loop. Dit was even de inleiding om aan te geven uit wat voor een nest ik kom.

De Orderparkweg was destijds een mooie geasfalteerde straat met aan weerszijden grote beuken en geen trottoirs, Dat beeld heb ik nog haarscherp op mijn gezicht staan.

 

Foto: Johan Rappoldt 

 

Ik zie mij nog zo op straat staan op m’n driewielertje, de verhuiswagen stond nog voor de deur, en opeens stond daar een meisje naast me, dat was Ria Holtman (in 2013 overleden) van fruithandel De Driehoek. Ria was een jaartje jonger als ik en had prachtig mooie krullen. Ria had nog twee broers Dik, de oudste, hielp toen al mee in de winkel die hij later heeft overgenomen, en Gertie die later naar de detaihandels vakschool ging.

Dit was het begin van een langdurige en intense vriendschap, immers wij zouden later trouwen, wat wij heel lang hebben gedacht. Zij vroeg me of ze ook een keer op m’n fietsje mocht, natuurlijk vond ik dat goed want ik was allang blij dat er iemand was om mee te spelen. Het was inmiddels al later in de middag en tijd om naar huis te gaan, de volgende dag hebben we elkaar weer opgezocht en inmiddels kwamen er steeds meer kinderen die ook meespeelden, o.a. van slagerij Sangers, Ria (overleden) Willie, en later nakomertje Frits, zij woonden Orderparkweg 2, wij woonden trouwens op nr. 10, schuin tegenover café Vos, later Sielias en de wielerbaan. Ook Marlies en Harry de Grip van de tabakswinkel naast Sangers waren vaak van de partij. Dan had je nog Bennie Scherpenzeel mijn buurjongen, Adriaan en Aniko Smit die weer naast de fam. Holtman woonden.

Over de wielerbaan gesproken, daar hebben wij ook mooie avonturen beleefd, want daar mocht je natuurlijk niet komen, en alles wat niet mag is leuk en spannend. Zo gingen wij 's winters met een stuk karton onder je kont in de steile bochten naar beneden roetsen, maar we moesten altijd goed oppassen dat de heer Smit die aan de Daalakkerweg woonde, (zijn tuin grenste aan de wielerbaan), en was aangesteld als oppasser voor door de weeks, je niet in de smiesen kreeg want dan had je wel een oplawaai te pakken. Ik herinner me nog heel goed dat er 's zomers op de zondag middag regelmatig wielerwedstrijden werden gehouden, ook wel achter zware motoren en dernys,(Joop Zijlaard) achter de zware motoren was Martin Wiersma uit Amsterdam een kanjer, hij reed meestal achter Noppie Koch (ook een Amsterdammer) Ook Ben v.d. Heuvel uit Apeldoorn was meestal van de partij met z'n mooie verchroomde fiets, totdat hij een enorme val maakte en zijn heup brak, toen was het over met de pret.

De kaartjes voor de zit tribune werden verkocht naast het cafe, en de staanplaatsen rechts naast het cafe waar een houten keetje stond. Jurry Hulzebos, helaas overleden op 21 oktober 2016, kontroleerde daar de kaartjes, hij kende mij al een beetje van gezicht en als het even niet druk was liet hij mij er doorgaan voor nop. Was een fijne man, ik heb hem later nog regelmatig ontmoet en met zijn zonen, vooral Gerard in de tourploeg van de Adelaar gereden, dan hadden wij het over die tijd. Hij heeft enorm veel werk verzet voor de Adelaar. Naast Piet Brouwer (voorzitter) was Jurry secretaris van de Adelaar, en Piets rechterhand. Maar later in de tijd werden er op de maandagavonden ook de populaires verreden voor aanstormend talent, o.a. Gertie Wildeboer, later Nederlands kampioen veldrijden. Jurrie was dan samen met Jo Kleisen vaak de baan commissaris, ik denk dat Jo ook niet meer onder ons is. Dit stukje heb ik later nog even tussengevoegd n.a.v. het overlijden van Jurry Hulzebos, want dat heeft hij wel verdiend.

Later toen we wat ouder waren en naar de lagere school gingen haalde ik Ria regelmatig op van de Oranje Nassau school, die ging een half uur later uit dan de Prof. Gunning school waar ik op zat. En dan was het spelen geblazen, vaak bij Ria achter het huis waar de opslag van lege groente en sinaasappel kisten was, (gelegen aan het schoolplein van de Oranje Nassau school), hier hebben we heel wat uurtjes doorgebracht met het bouwen van hutten in de lege sinaasappel kisten. Ook hebben we daar wel eens een sigaretje gerookt die we pikten van het dressoir als Ria’s vader tussen de middag een tukkie op de bank in de kamer deed. Dat hebben we trouwens maar een paar keer gedaan omdat we er toch wel misselijk van werden.

Ome Reijer, die in vaste dienst was bij de fam. Holtman (een broer van mevr. Holtman), hij woonde met zijn vrouw (tante Heintje) aan de Zanderijweg naast kruidenier Tamboer ( een dubbele woning) was hier niet zo blij mee, want soms maakten we er wel een rotzooitje van, met allerlei gangetjes, en als dat soms in elkaar stortte kon hij het de volgende dag, als wij op school zaten, weer goed opstapelen. Ook zongen wij wel eens Reijer heeft de broek vol eier, en wij maar denken dat hij niet wist waar dit vandaan kwam. Voor straf moesten we een aantal kisten met sinaasappels van de papiertjes ontdoen.

Toen we weer wat ouder waren mochten wij met het “karretje” (zie foto) zakken vol met deze papiertjes naar Brammetje Groenberg brengen, die schuur staat er nog steeds en is nu in het bezit van de Fa. Van Tongeren iets verder op de Asselsestraat.
In de vakanties gingen we ook vaak mee naar de groente veiling in Twello, we zaten dan achterop de Opel Blitz pickup tussen de retour kisten, waar Gertie voor ons een klein plekje had opengelaten waar we net in pasten. Gertie laadde meestal de retour kisten op de auto, en ik hoor nu nog de kisten kraken als hij de touwen aanspande zodat het hele spul er onderweg niet af zou vallen. Dit zou heden ten dage niet meer mogelijk zijn. Dit was een prachtige wagen met een mooie donkerrode cabine, met op de portieren in goudkleurige letters geschilderd “Fruithandel de Driehoek” Ik zie het nog zo voor me.

Ook speelden we veel in het Sprengenpark, bootjes laten varen die we gemaakt hadden van een oude klomp, of vliegeren, ook waren we vaak te vinden in het Sprengenbosje, lekker crossen op onze fietsjes rondom, of vanaf het Suikerbergje. Hier staat tegenwoordig het hoofdkantoor van ‘s lands belastingdienst. De hoge dennen aan de J.F. Kennedy laan stonden er destijds ook al en de Kennedylaan was een zandpad omgeven door bremstruiken.

Op de vijver in het Sprengenpark, dat vroeger een stortgat was heb ik leren schaatsen op m’n friese doorlopertjes. En met de slee van het talud af roetsen zo het ijs op, prachtig was dat. Toen we weer wat ouder waren geworden gingen we op de vrije woensdag middagen met de slee naar de Valkenberg bij het Boschbad, als je er goed de vaart in had kwam je wel tot over de straat tot aan de poort van het Boschbad, en dan maar weer de slee naar boven seulen. Tegen het donker worden kwam je moe en voldaan, met rode konen op je wangen weer thuis.

Nu ik zelf op leeftijd ben gekomen besef ik steeds meer wat een fantastische tijd ik bij de fam. Holtman heb doorgemaakt. Ik ben zelfs een keer een week meegeweest naar Cochem aan de Moesel, Ria en ik sliepen samen in één bed op een aparte slaapkamer!!!!. Vlak voor we vertrokken werd ik door een Duitse herder in mijn arm gebeten, was een behoorlijke wond waar elke morgen een schoon verbandje op moest en dat deed Ria, het zorgzame zat er toen al in. Triest dat ze zo jong is overleden.

Het waren schatten van mensen, meneer Holtman was een beetje kort van stof, maar had een hart van goud. Regelmatig ging hij even naar zijn broer Henk die verder op de Asselsestraat een groente zaak had, hij riep dan altijd even door het gangetje naar de winkel, "ik ben even naar 104 hoor" Henk woonde nl. op nr. 104.

Hoe ouder ik word, hoe meer ik hier aan terugdenk, het was de mooiste tijd uit mijn leven, en ik zie alles nog zo voor me. Dit is een korte weergave van hoe ik (wij) onze lagere schooltijd hebben doorgebracht, een leventje zonder zorgen, en daarna naar de middelbare school, wat ook wel weer leuk was.

Johan Rappoldt